Onze filosofie
Restauratie wordt vaak gezien als het in stand houden, revalideren en vitaliseren van bestaand gebouwd cultuurgoed. Hoewel terughoudendheid van ingrijpen per definitie beginsel van cultuurbehoud is, vraagt restauratie om interventie. Het spectrum hiervan is ruim, omdat opgaven en uitgangspunt elk steeds verschillen. Het gaat dan doorgaans om: materiële instandhouding, consolidatie, regeneratie, materiële en constructieve vervanging, reconstructie, functionele aanpassingen, verdieping en uitbreiding, geconditioneerd ontwerp. Het vakgebied restauratie is gericht op respectvol behoud, herstel en bescherming van bestaande gebouwen met maatschappelijk erkende cultuurhistorische waarde. Het historisch, cultureel en maatschappelijk belang van bestaande bouwwerken en gebouwen staat in de dagelijkse architectenpraktijk centraal. Het gaat daarbij om onderkenning, herkenning en erkenning van cultuurwaarden en het op basis daarvan integrerend intervenimateriëleren in het object. Ontwerpen met respect voor het bestaande is het credo. Naast de culturele en historische factoren kent de opgave technische, economische en maatschappelijke componenten. Het onderzoekende element van de restauratieopgave is gericht op (her-) explicitering van cultuurwaarden, op fundamentele behoud- en herstelvraagstukken en op thematische instandhoudingtechnologie. Daarbij is de overdracht van de restauratiekennis ten behoeve van de continumateriïleteit van het vakmanschap een essentieel aandacht- en actiepunt. Dat geldt zowel binnen ons bureau, als ook op de bouwplaats.

Het monument en de opdracht
Het afpellen van een pand ontvouwt laag voor laag de historie ervan en stelt ons ook voor een architecturale opgave; kiezen voor een betimmering uit 1780 of terug naar de oorspronkelijke muren uit 1675? Wij gaan deze vragen niet uit de weg en werken ontwerpend, vernieuwend, maar met - hetzij nogmaals herhaald - respect voor de historische gegroeide situatie met oog voor de nieuwe functie van het pand. Oud en nieuw vormen een harmonieus geheel. In onze ontwerpen streven we naar een goede balans tussen drie Vitruviaanse begrippen: bruikbaarheid ('utilitas'), duurzaamheid ('firmitas') en schoonheid ('venustas'). Daarom kijken we bij het maken van een restauratieplan niet alleen naar de monumentale en bouwhistorische aspecten van een pand, wij kijken als ontwerpers ook naar het toekomstig gebruik. Eerste uitgangspunt als architect is dat een huis praktisch bruikbaar moet zijn. Als restaurerend architect hoor je die opdracht dan ook op je te nemen - alleen dan dien je je te voegen naar het bestaande. Het eisenpakket van de opdrachtgever, en bovenal de waarde van het monument, staan hierbij centraal. Wij zoeken, eventueel samen met de opdrachtgever, naar de juiste vorm om deze hedendaagse eisen te integreren in het pand. Op die manier ontstaat een boeiend contrast tussen het historische pand enerzijds en de hedendaagse inrichting ervan anderzijds.

Betrokken van begin tot eind
Zijn we eenmaal aan de slag, dan voeren we een groot deel van de werkzaamheden in eigen beheer uit. Daardoor kunnen wij de kwaliteit en de kosten gedurende het bouwproces voortdurend bewaken. Natuurlijk kan de opdrachtgever desgewenst bij verschillende bouwfasen worden betrokken. Wij streven naar behoud van het monument voor de toekomst.
De aanpak van een monument begint bij het analyseren van het monument in al zijn onderdelen zelf. Wij verzamelen de gegevens die naar voren komen tijdens opname en inmeting van het pand; de cultuurhistorische waarde zit reeds in het pand zelf. Van hieruit werkt het bureau naar een ontwerp. De inzetbaarheid van financiële middelen speelt hierbij een grote rol. Bij veel restauraties komt het aan op sober en doelmatig restaureren. Dit genereert een eenduidige aanpak; verstevigen en herstellen waar dat nodig is, en zichtbaar maken en opknappen van onderdelen die zijn weggestopt. Kortom wij werken vernieuwend, maar met oog voor de historisch gegroeide situatie. En met een duidelijke visie: behoud gaat vóór vernieuwing.